De oogst

DSC_0543

Voor de andere huizen in de straat stond een eenzame tuinbank of bolchrysant, maar hier niet. Op elke rand, plank, en balustrade bloeiden planten in bakken, mandjes, of potten van terracotta. Hangende bloesems en groene tentakels zweefden boven het terras. Er was geen ruimte om te zitten.

Elke keer dat ik er langs fietste zag ik iets anders. Eerst waren het de gebogen blauwe stokrozen langs de buitenmuur. Later was het een witte draad, die hun zware stengels omhoog hield. Gisteren kwam een verroeste waterkan op een hoge kruk te voorschijn. Hij was gevuld was met paarse madeliefjes en stond midden in de kruidentuin voor het huis.

Maar dat huis viel nauwelijks op. Het was een bijzaak dat schuilde achter het groen.

Vanochtend liep de bewoner van het huis tussen de kruidentuin, het terras, en de stokrozen. De remmen van de bakfiets piepten, en ze keek om.

Ik hoorde mijn hart kloppen. “Goede morgen.”

Ze droeg een velours huispak en warmde haar handen aan een dampende mok. Haar grijsbruine haar zat in een kleine, losse knot. Haar ogen waren ingelijst door rimpels.

“Ik heb een vraagje voor u,” begon ik, zonder van de fiets af te stappen.

Ze knikte. “Vraag maar.”

“Ik wil kruiden in de winter kweken. Citroenmelisse, verbena, pepermunt. Voor de thee.”

Onder haar nagels zat aarde. Op de punt van haar slof kleefde ontworteld onkruid.

“Best lastig. Heb je een afdakje?” Ik dacht aan het raamkozijn en de dakgoot in de achtertuin en schudde mijn hoofd.

In Californië, in de tuin van mijn moeder, stond een enorme pergola. Het terras was groot, omdat we geen zwembad hadden. Waar ik opgroeide was het droog en warm. De pergola was ideaal voor een wijngaard, maar mijn moeder is daar nooit aan toegekomen. De droomtuin is bezweken aan haar ziekte.

“Binnen kan altijd,” ging de vrouw verder, “maar op de lange termijn wordt dat niets. Mijn dochter heeft kruiden in een oude wasmand in de tuin. Als het waait, schuift ze de mand even in de hoek. Als het sneeuwt, doet ze er een doek overheen. Dan blijven de plantjes heel.”

Ik keek naar de lijnen in haar gezicht. Het paars van haar huispak was verkleurd en de broek leek een maatje te groot. Haar handige dochter was waarschijnlijk van mijn leeftijd.

“Hier.” Ze boog voorover en plukte wat pepermunt uit de onderkant van een lavendelstruik. De pepermuntplant van mijn moeder had in een enorme aardewerken pot gezeten. Deze munt groeide naast de rand van de stoeptegel. Ik had hem bijna niet gezien.

Ze wreef de blaadjes tussen haar vingers en hield ze onder mijn neus. Ondanks de vroege motregen, gaf de munt maar een lichte geur af.

“Hij is al achteruit aan het gaan,” legde ze uit, alsof de munt de winter niet zou overleven.

Toen stak ze een vinger in de lucht en liep ze naar het einde van het perk. Voordat ze weer terugkwam, kon ik de citroenmelisse al ruiken. Ze drukte de kruidenbundel in mijn hand en wees naar de rits op mijn jas, waar mijn sleutels in zaten.

“Stop ze maar in je zak, hou ze uit de wind.”

“Dank u.”

Mijn wangen brandden in de ochtendkoelte.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s