de ontmoeting

Ondanks dat het zondagochtend was, moesten we even zoeken naar een plek. De kinderen renden naar de enig overgebleven tafel, midden in de zaal. Winterjassen, sjaals en mutsen vlogen alle kanten op. De voeten van de zitbank, een halve maan van glibberig vinyl, stonden vastgespijkerd.

“Mag ik zelf bestellen?”

“Is goed.”

“Ik wil aardbeienmelk.”

“Ik ook.”

“Doe maar drie Fristi en twee koffies.”

“Oké, pa.”

“Ik loop met je mee.”

Mijn kleuter keek stilletjes naar een jong, blond stel rechts van ons. Het meisje en haar vriend zaten met opengeslagen schriften wiskunde te leren. Af en toe nam hij een hap van zijn Egg McMuffin.

Links tegen de muur zaten twee Aziatische vrouwen. De oudste van de twee wees met een glimlach en een kinbeweging in onze richting. De jongste, waarschijnlijk haar dochter, draaide zich even om. Ze lachten naar me.

In een ander land, en in een andere tijd, was ik de dochter van een Japanse, die er nu niet meer was. Japanners eren hun voorouders. De belangstelling van de oudste wilde ik niet laten gaan. Toen onze drankjes op tafel stonden, liep ik met de baby naar haar toe.

De bejaarde vrouw nam het woord. Ze vroeg of al die kinderen met licht haar en donkere ogen van mij waren. Japanse ogen, vertelde ik. Ook dat ik tien jaar geleden naar Nederland was gekomen voor de liefde. We keuvelden door in het Nederlands—een taal die voor ons allebei vreemd was.

Thuis, in Californië, waren de gesprekken minder soepel gegaan. In de Japanse winkel tussen de pakjes zeewier, miso en gedroogde vis kwamen mijn moeder en ik regelmatig bekenden tegen. In één oogopslag ging mijn moeder elke keer van het Engels over naar haar moedertaal. Meepraten was een uitdaging, ondanks de Japanse les die ik van haar moest volgen. Eenmaal gedwongen om met haar vriendinnen te praten wist ik met knikken en korte antwoorden weg te komen.

Met de lachende bejaarde vrouw ging het praatje vanzelf. Ze kletste ook met de baby die in mijn buidel zat te grinniken. Ik dacht dat ze Filipijns was.

“Je hebt mooie kinderen.” Ze deed haar hand op mijn onderarm en liet hem daar even rusten.

Dat zou mijn moeder ook ooit hebben gedaan. Zo stond ze in de winkel met haar hand op de armen van wildvreemden, alsof ze deze al jaren kende. Met hun hoofden naar voren gebogen, oog in oog, deelden mijn moeder en haar vrouwen het zusterschap van de weekaanbieding, het weer, of hun half-Japanse kinderen.

De bejaarde vrouw klopte me zachtjes op mijn arm.

“Wat lijken de kinderen allemaal op jou.”

Tussen mijn pols en mijn elleboog was ik bij deze onbekende thuis. Met haar hand op mijn arm nam ze me mee naar verborgen en vergeten plekken, dichterbij de grootmoeder die de kinderen, tentoongesteld aan de tafel achter ons, nooit zouden kennen.

Ik dankte haar.

Ik drukte haar hand, draaide om, en liet haar los.

© 2014 Anastasia Hacopian

Advertenties

4 thoughts on “de ontmoeting

    • Ik heb hier altijd over willen schrijven. Nu is het gelukt. 🙂 Thanks for your part, en het complimentje!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s