buitenspelen

Het was liefde op het eerste gezicht. Hij was lang, knap en studeerde aan de Universiteit van Amsterdam. Ik zag hem voor het eerst op een vergadering van de International Students. Naderhand gingen we met z’n allen op het gazon lunchen.

Augustus in Californië is zo warm dat je als Amerikaan liever binnen blijft bij de airconditioning. De meerderheid van onze groep bestond echter uit Europeanen die daar geen zin in hadden. Hij ook niet. Hij vond een plekje onder een boom en trok zijn Allstars en sokken uit. Ik zat tegenover zijn blote voeten en vertelde hem dat ik tijdens een studiejaar in Duitsland naar Egmond aan Zee was geweest. Hij moest erom lachen. The rest is history.

Ga je naar Nederland om je grote liefde achterna te volgen, leer je de regels over binnen en buiten zijn. Bij mooi weer eet je in de tuin of kies je een tafeltje op het teras. Bioscopen en musea zijn leeg op stralende zomerdagen. “Zonde om binnen te blijven.”

Krijg je kinderen met je grote liefde, pas je dezelfde regels toe voor je kroost. Je hoort ouders voor de school hopen op redelijk weer tijdens de vakantie: “Kunnen de kinderen tenminste lekker buiten zijn en ze zich binnen niet zitten vervelen.” Het is niet zoals in Amerika, waar ouders willen dat hun kinderen minder uren achter de computer zitten zodat ze met Lego’s kunnen spelen. Hier worden kinderen aangemoedigd om de IPad te laten liggen en gewoon iets buiten te doen, maakt niet uit wat.

Afgelopen week stond een buurmeisje aan de deur met haar grote zus. Ze vroegen of hun vriendinnetje, mijn kleuter van vijf jaar, buiten op het voetbalveld achter ons huis mocht spelen. Het was een warme, zwoele dag. Wij waren al een spelletje aan het doen. Ik zei, “Natuurlijk.”

Ik zei dit alsof het doodgewoon was, maar mijn dochter had nog nooit alleen buiten gespeeld.

“Let je een beetje op?” vroeg ik aan de oudere zus. Een onredelijk verzoek, want ze was pas een jaar of acht. “Ik zal de poort open laten staan.” Zo werd het voetbalveldje een soort uitstulping van onze tuin. Kon ik haar nog in vizier houden.

Ik keek naar mijn kind en zweeg. Hoe zou ze weten dat het tijd was om naar huis te komen? Zou ze met haar vriendinnetje bij onbekenden binnenlopen? Of uit blijheid huppelend de straat oversteken zonder op het verkeer te letten? Had ik haar alles geleerd wat ze nodig had om zonder mij de grote wereld in te gaan?

Vanuit het raam keek ik hoe ze naar het schoolplein naast het veld renden. Donkere wolken stapelden zich op in de lucht. Ze zal gelukkig gauw naar huis moeten komen, dacht ik.

Toen de deurbel ging stond ik voor een postbode met een pakketje. Hij vroeg mijn naam voor de handtekening.

“Waar kom je vandaan?”

“Ik ben Amerikaanse.”

“Amerika is een prachtig land! Waarom blijf je hier?”

“Ik heb drie kinderen.”

Hij begreep me iets te goed.

“Ja, daar heb je groot gelijk in. Amerikanen houden te veel controle over hun kinderen.” Hij zwaaide met z’n arm naar de straat. “Kinderen kunnen hier lekker buitenspelen. Amerikanen geven hun kinderen geen vrijheid.”

Hij had natuurlijk gelijk: ik was het levende voorbeeld. Tegen mezelf ging ik in de verdediging. Als je in Amerika je kinderen te ver van huis laat lopen, worden ze tegenwoordig toch ontvoerd of doodgeschoten?

Uit Psychology Today blijkt dat Amerikanen bang zijn dat onze kinderen ook van de driewieler vallen, dat ze een 8 krijgen in plaats van een 9, dat ze de mobiele telefoon niet opnemen zodat we precies kunnen weten waar ze zitten. Onredelijke, overbezorgde ouders voeden een generatie van watjes op: kinderen die niet voor zich zelf kunnen zorgen, denken of opkomen. Het zijn dezelfde kinderen die de grootste kans oplopen om gepest te worden, waar zelfs nu ook in Nederland voor gewaarschuud wordt. Geen wonder dat de gemiddelde leeftijd voor depressies onder Amerikaanse jeugd daalt – terwijl het aantal kinderen op medicijnen stijgt.

Het wordt voor mijn half-Amerikaanse, half-Nederlandse dochter dus de zomer van het buitenspelen. Nederlandse kinderen horen tot de gelukkigste kinderen in de wereld. Ik wil haar dit gunnen en mijn Amerikaanse angst thuis laten.

Nadat het paketje afgeleverd was stond ik in de keuken zonder te merken dat het buiten inderdaad begonnen was te regenen. Toen hoorde ik iets nieuws: het spontane geluid van de achterdeur die openging gevolgd door lichte stapjes over de woonkamervloer. Ik keek om de hoek en zag een stralend meisje. Ze vloog in mijn armen.

“Je hebt voor de eerste keer alleen buitengespeeld, joh.”

Ze knikte.

“Ik ben heel trots op je.”

©2013 Anastasia Hacopian

 
Advertenties

4 thoughts on “buitenspelen

  1. Wat fijn dat je Lia dit cadeautje geeft. Zelfvertrouwen krijg je niet door altijd bij mama te zijn. Voor mij als geboren Nederlandse is loslaten en buiten spelen ook niet altijd zo makkelijk. Vooral water geeft mij echt rillingen. We wonen naast een klein grachtje en mijn nachtmerrie is dat de kinderen daar in terecht komen.

  2. Ja, Saskia, dat begrijp ik ook goed. Over zelfvertrouwen gesproken: Lia kan steeds beter zonder zijwielen fietsen – en na de zomer gaat ze zwemles volgen!

  3. universeel gevoel, ook in een klein dorp in Armenië is het voor het eerst op straat laten spelen van de kinderen een avontuur dat nauwlettend vanaf het balkon gevolgd wordt.

  4. ik ben heel trots op jouw hoor, loslaten is inderdaad heel erg moeilijk, maar jouw meisje is goed voorbereid door jouw!!! kus Els

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s