tocht

 

De week dat we bij Oma en Opa logeerden was de warmste van de zomer. In plaats van in de hitte rond te lopen namen we de kinderen in de auto mee naar dorp.

Het eerste wat ik doe als ik in de auto stap en het buiten dertig graden is: mijn raam opendoen. Toen de baby later koorts bleek te hebben, vroeg Oma zich af of dit iets met dat raam te maken had. Volgens Oma had hij in de tocht gezeten.

Het valt me op dat er vaker over “tocht” gesproken wordt hier in Nederland. Iedereen heeft het over de “tocht” en is er verschrikkelijk bang voor. Hij is een onzichtbare, alomtegenwoordige boef waarvoor je jezelf, maar vooral je kinderen moet hoeden.

In mijn land van herkomst hebben we het soms over een “draft” – een briesje dat naar binnen stroomt waarvan je inderdaad kou kunt vatten. Maar je hoort hier meestal oudere mensen over. Ze zitten bijvoorbeeld op de bank koffie te drinken, kijken ineens omhoog en trekken een lelijk gezicht. “I feel a draft,” zeggen ze geirriteerd, “is there a draft somewhere?”

In Nederland daarentegen heeft iedereen last van de tocht. Kletsende moeders in La Place, jonge lui in de tram en je vriendje waarop je gezellig op je hotelbedje zit te wachten, moeten allemaal weten uit welke hoek hij vandaan komt en hoe hij zo snel mogelijk verwijderd kan worden.

Misschien ligt mijn onbegrip aan mijn Californische opvoeding. Het weer daar is altijd perfect, en als het ooit iets te perfect is, hebben we airconditioning. Dat ik mijn kinderen in gevaar breng door het raampje open te doen, ligt uitsluitend aan mijn culturele onwetenheid.

Aan het einde van de hete week gingen mijn man, ik en de baby een dagje stappen in de Veluwe.  ’s Avonds kwamen we in een onbekend dorpje en wilden een patatje halen. Ik vroeg een meisje op straat of ze een snackbar kon aanbevelen. Ze stuurde ons naar Ali Baba.

Ali Baba was een gezellige Turk uit Istanbul die buiten met gekruisde armen voor één van z’n tafels zat te grinniken. We gingen naast hem zitten en bestelden lamsvlees en frietjes. Hij haalde een kinderstoel voor de baby.

De avond was zwoel. Ali Baba bleef bij ons en vertelde over zijn vier kinderen, die meer met Nederland hadden dan Turkije. Hij woonde hier al negenendertig jaar. Hij sloot elke derde zin af met “man”, alsof hij het Nederlands van zijn trouwste klanten had overgenomen.

Toen het meisje ons eten bracht, stak er een briesje op. Ali Baba ging staan. Ik zag hem naar de baby kijken. Toen deed hij zijn wijsvinger omhoog.

“Ik weet wat,” zei hij.

Toen tilde hij het klapbord waar foto’s van het menu opstonden. Hij zette het achter de baby neer.

“Tegen de tocht,” zei hij met een knipoog.

© 2012 Anastasia Hacopian

Advertenties

One thought on “tocht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s