vaderlandsliefde

Ik ben groot geworden in Amerika. Maar vanaf mijn vijftiende wist ik al dat ik niet in Amerika oud zou worden. Toen ik dit tijdens een les Amerikaanse Geschiedenis verkondigde, vond de docent mij hoogst onpatriottisch. Hij liet dit even weten in een leslokaal vol klasgenoten.

“Waar ben je van plan om te gaan wonen dan?” vroeg hij.

“Weet ik veel. Japan. Europa. Ergens anders.”

“Denk je dat je in Japan geluk kunt vinden? Vrouwen daar hebben géén rechten.”

“Ik ben Amerikaanse en ik spreek Japans; ik zal mijn weg vinden, hoor.”

Hij leunde over de lessenaar heen en keek me fel aan. “Ja, je hebt gelijk. Je bent zoals je bent – sterk, onafhankelijk, slim – met dank aan je Amerikaanse opvoeding. Wat zonde.”

Hoe nonchalanter ik deed, hoe meer hij zijn hoofd schudde. Toen de bel ging en ik langs hem liep om naar buiten te gaan, riep hij:

“Je nieuwe kapsel staat je goed, Anastasia. Wat een mooi, Amerikaans model!”

Het is mr. Tennant niet gelukt om mijn toekomstsplannen te veranderen. Het enige wat ons gesprek veranderde was mijn mening over hem. Ik had nog nooit gezien dat een docent zich zo kinderachtig kon gedragen. Door zijn patriotisme voelde hij zich duidelijk machteloos voor mijn onverschilligheid tegenover ons land.

Mijn groote droom was elke ochtend wakker te worden in een plek waar ik me thuis voelde – omdat ik daar níet thuis was. Dit was juist het gevolg van mijn Amerikaanse opvoeding – door een moeder uit Tokio en een vader uit Teheran. Amerika is namelijk het enige land waar je met deze combinatie van ouders ter wereld kunt komen. Ik groeide op als een “hybride” met drie culturen thuis: die van mijn moeder, die van mijn vader en die van Southern California. Tegenwoordig heb je een woord voor iemand zoals ik. Ik ben een third culture kid.

Third culture kids voelen zich vaker nergens thuis. Zij voelen zich thuis in gemoedstoestanden: in het verlangen naar elders, in het vreemdeling zijn, in het gezelschap van andere third culture kids. Het leven ergens waar weinig ruimte is voor diversiteit, flexibiliteit en verandering stikt. Als third culture kids volwassen worden en zich ergens vestigen, blijven hun hart en ziel zwerven. Herrineringen van thuis, ontevredenheid over hun verblijfsland en dromen over het leven in andere landen houden hen onafgebroken bezig.

Twintig jaar na dat gesprek met mijn docent fiets ik op een pad tussen Nederlandse gracht en polder. Mijn drie hybride kindjes zitten in de houten bak voor me te giechelen en te zingen.

Het is een prachtige zomerse dag. De zon schijnt en er staat een briesje. De kinderen wijzen naar vliegtuigen en hun sporen aan de heldere, open lucht. Ze vertellen dat de blauwe en witte toestellen naar Californië gaan, en de oranje en witte naar Engeland.

Koeien staan in het veld en kijken omhoog. Verder op rijden we langs zwanen, lammetjes en een boer op een hooiberg. Het is net een scène uit een schilderij van Van Ruisdael. Als ik Nederlandse was, zou ik een brok in mijn keel krijgen van zo’n landschap.

In de Dorpstraat zitten terrasjes vol met kletsende klanten met zonnenbrillen en petjes. De rij voor de ijswinkel gaat de deur uit en over de bakstenen voor de winkel heen.

We stappen bij de molen af, behalve mijn middelste kind. Ze zit volledig voorover gebogen te doezelen. Alleen de veiligheidsriem houdt haar tegen. Ik kijk naar boven en zie hoe de vlaggetjes op de molen flapperen in de wind. Haar grote zus vindt het een beetje eng, omdat de molen zo groot is. Haar baby broertje, dat op mijn heup hangt, is te klein om voorbij het punt van mijn vinger te kijken.

Binnen in de winkel halen we een reuzen zak bloem en mijn kleuter koopt een bakvormpje met haar eigen zakgeld. Het is de eerste keer dat ze eigen geld uitgeeft en ze vertelt dit uitbundig aan de oude dame achter de houten toonbank, wiens gezicht zo verschrompeld is als een rozijn. Het is net een scène geschildert op een oud-hollands beschuitblik: een bakfiets, een draaiende molen, gigantische zakken meel en een kletsende kleuter die een muntje overhandigd aan een grijnzende overgrootmoeder.

Ik moet aan mijn schoonmoeder denken. Ze zou dit reuzeleuk vinden.

De dame loopt met ons mee naar buiten. Ze ziet het slapende meisje voorover gebogen en kijkt hoe haar bolle rug met elke snurk en ademhaling trilt. De dame zet de zak bloem voorzichtig in de bak neer en neemt een stapje naar achteren. Ze doet haar handen op haar heupen en roept:

“Dat kind heeft meer slaap dan vaderlandsliefde!”

Haar woorden horen bij een andere tijd, een oerhistorisch verleden van beelden die voorbij flitsen: kinderen voor de radio op de vloer van een woonkamer; Wilhelmina op een boot richting Londen; de verlaten fiets van Fake Ploeg.

Ik vind het zo geweldig dat mijn mond openvalt, maar dan sta ik even stil. Want deze vrouw heeft heus gelijk. Van onze drie hybride kindjes is het middelste kind naar alle waarschijnlijkheid hetgene dat niet in haar geboorteland zal willen blijven.

Als ze in de voetsporen van haar Japanse oma en Amerikaanse mama tredt, zal ik haar aanmoedigen om de wereld te ontdekken, zoals mijn moeder mij ooit aanmoedigde. Zelf heb ik na tien jaar eindelijk waardering voor mijn heerlijke leven hier. Mijn dochter mag wel wat vaderlandsliefde van mij hebben.

We zwaaien naar de verschrompelde dame en fietsen richting huis.

Er is geen wolk aan de blauwe, Hollandse hemel.

© 2012 Anastasia Hacopian

voor Els

Advertenties

2 thoughts on “vaderlandsliefde

  1. wat een leuk Nederlands plaatje beschrijf je hier. heel erg bedankt van een cultuurgebonden NIET saai mens.

    • Verbonden, niet gebonden. Ik heb 9 dagen moeten wachten om dat woord te corrigeren. Daar lig je wakker van!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s