Joke

Afgelopen zaterdag zijn we met z’n vijven naar de kapper geweest. Hoewel een afspraak om negen uur ’s ochtends voor onze begrippen relatief laat is, was het weer hollen en rennen. Toen we de kapperswinkel binnenstormden, trok onze zoete inval alle aandacht. De oude dame met grijze krullen onder de bolle fön, de Haagse Harry met een matje en de stagiare die de haren van de grond aan het vegen was keken allemaal onze kant op. Lia ging met Luke op schoot naast Pim op de bank zitten. Lena ging naar het rode autostoeltje. Ik volgde de grijnzende kapster naar de wasbakken achterin.

Toen de kapster het schort bij me aandeed, keek ze vluchtig naar mijn benen. Om precies te zijn keek de kapster naar de combinatie van mijn capribroek, sokken en gymschoenen.

Mensen die zich bezig houden met het uiterlijk, zoals kapsters, kijken naar mijn kleren en lijken een soort plaatsvervangende schaamte te voelen. Normaal gesproken kijk ik dan weg. Bij de kapper is dat een beetje lastig, omdat je voor een spiegel zit. Ik keek de spiegel in en zag een moeder met haast, overtollige zwangerschapskilo’s en vaal gewassen kleren.

De wereld van de kapper – waar je je bezighoudt met je uiterlijk – is een wereld die ik alleen uit noodzak betreed. Ik laat mijn haren pas knippen als ik merk dat ik te vaak met mijn dode punten zit te spelen. Hetzelfde geldt voor kleren. In de V&D loop ik voorbij de kindermode naar een etage vol rekken met dameskleding en ik voel me er ontheemd. Het is een wereld die me vreemd is geworden: een parallel universum van dessins, merken en samengestelde outfits die nooit in aanraking komt met mijn universum van het thuisfront.

Moeders die werken hebben het voordeel dat ze regelmatig de wereld buiten blijven bezoeken. Attachment moeders, zoals ik, werken thuis en gaan pas na een paar jaar zonder kind op stap. De tweede groep kiest om kinderen buiten en thuis de hele dag te dragen; om het kind tussen z’n ouders in te laten slapen; om jarenlang borstvoeding op verzoek te geven. Het leven draait om het kind.

Als je ervoor kiest om je kinderen voorop te stellen, heb je het niet altijd gemakkelijk. Maar er zijn weinig mensen die er begrip voor hebben; attachment moeders zijn voor veel mensen helemaal gestoord. Denk er niet aan om te zeggen dat je even een slechte dag had omdat je geen raad wist in de V&D. Van negentig procent van de Nederlanders die je tegenkomt krijg je ongeveer zo’n reactie: “Nou, je hebt ervoor gekozen, dus je moet er niet over gaan zeuren.” Of vragen ze je weer of je je kinderen toch niet naar het kinderdagverblijf willen brengen.

Een attachment moeder kijkt echter niet naar andere opgetutte moeders op het schoolplein en zucht, “Goh, kijk eens naar die suede laarzen. Had ik ze maar.” Nee, want een moeder die ervoor kiest vindt het vanzelfsprekend om zich weg te cijferen – om zichzelf op de laatste plaats te zetten. Haar kind mist niks. Voor de eerste paar jaar van z’n leven kent hij alleen zekerheid, warmte en onvoorwaardelijke zorg.

Maar als de baby een half jaar oud is en Mama zich weer bewust wordt van de blikken die ze krijgt van anderen, wordt ze ook weer bewust van de kosten van dat wegcijferen. Ja, ik had haast vanochtend, denkt ze. Ja, ik geef mijn eigen geld uit aan mijn kinderen in plaats van aan nieuwe kleren voor mijzelf. Ja, ik zie er nog steeds uit alsof ik zes maanden zwanger ben. Want ik loop hard als ik er tijd én energie voor heb, en dat is bijna nooit.

Op zo’n dag – nadat ik alle kracht heb moeten verzamelen om de positiebroek weer aan te trekken, de pincet voor mijn wenkbrauwen te laten liggen en het ongewassen haar in een elastiekje te doen – kom ik Joke weer tegen.

Joke is een dame in de tachtig die hier in het wijksverpleeghuis woont. Op zonnige dagen gaat ze wandelen met haar rollator. Vandaag is ze vergeten dat ze ons al eerder heeft gesproken en begint bij het begin.

“Een tweeling?”

“Nee, gewoon dicht op elkaar.”

“O, wat een moppie. Is dat je broertje?”

Lena zwijgt en lacht. Ze drukt haar kinnetje op haar borst en doet verlegen. Lia geeft antwoord.

“Dat is Lena, en dit is mijn broertje Luke.”

“Jíj bent een grote zus.”

Lia springt. Joke kijkt me aan.

“Ik heb geen kinderen. Ik had ze graag willen hebben, maar ik ging werken.”

Ik knik.

“Tegenwoordig zou je daar wel een oplossing voor hebben, maar toen niet. Dus bleef ik werken en toen was het te laat.”

Elke keer dat ik haar tegenkom en ze dit verhaal herhaalt, blijft ze lachen. Ik lees verdriet in haar ogen, maar haar glimlach straalt zoals de zon die boven ons schijnt.

“U bent thuis?” vraagt ze.

“Ja, ik ben thuis.”

“U heeft groot gelijk.” Ze geeft mij een knipoogje. “U kunt altijd later werken.”

“Ben ik ook van plan.”

Ze zwaait even naar de kinderen en loopt weg.

Bedankt, Joke, en tot de volgende keer. Ú heeft groot gelijk: ik kom weer wél aan de beurt.

Tot die tijd laat ik de anderen denken wat ze willlen. Ik weet dat ik me dood zou moeten schamen om mijn capribroek, sokken en gymschoenen. Gelukkig ben ik Amerikaan. Zodra ze dat aan mijn Nederlands horen, kom ik er wél mee weg.

© 2012 Anastasia Hacopian

Advertenties

2 thoughts on “Joke

  1. hahaha. gelukkig telt uiterlijk alleen bij dummies. je bent de allerliefse mamma die de kinderen zich kunnen wensen. De trotse oma

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s