groot

Het was wél even wennen op de grote school. Mijn dochter, die over een paar weken vier zou worden, stond voor de ingang van de onderbouw. Haar wantje hield mijn handschoen goed vast. Op haar rug droeg ze haar nieuwe tas, uitgerust met zakjes voor een koekje en een sapje.

Binnen was een chaos, net een verkeersrotonde in Mumbai. Kinderwagens, riksha’s, ratelende oude auto’s, fietsers en hun maatjes op het bagagerek wilden vanuit zesendertig verschillende hoeken tegelijk de hoofstad in.

Wij wachtten op onze beurt achter de blauwe krat vol bekers en bakjes. Lias koek landde op de bodem en haar limonade boven op z’n kop. Ik stopte haar jas, sjaal, muts en tas in haar nieuwe luizenzak, zoals wij op de peuterspeelzaal altijd hadden gedaan. Lia wees op andere rugtassen die in kratten onder de haken lagen. Met een kleine zucht haalde ik haar tas uit de zak en gooide hem in een willekeurige bak.

Zonder afscheid van mij te nemen rende ze het klaslokaal binnen en pakte een stoel. Ze kreeg geen kans om hem in de kring neer te zetten. Een bazig, blond meisje met Lelly Kellies kwam Lia vertellen dat ze dat niet mocht. De juf kwam snel tussenbeide, draaide toen even naar me toe om te zeggen dat zij het knap vond hoe Lia dat al zelf deed.

Dag meid, wat word je toch groot!

Ik keek een laatste keer door het raam van het klaslokaal en liep de gang op. Hij was vandaag op kantoor. Hij nodigde mij uit om in de fauteuil tegenover hem te zitten. Gelukkig bleef mijn zoontje rustig in de draagdoek snurken.

Ik lachtte hem toe, zoals ik thuis had geoefend, en begon het gesprek met een grapje. Toen sprong ik in het duister.

“En u pakte haar toen op, omdat zij niet met mij wilde gaan.”

“Ja.”

“U wilde mij helpen om haar in de bakfiets te zetten. Voordat u haar teruggaf, kuste u haar op de wang.”

“Ja.”

Knik.

Hij ging ook wat dieper in z’n stoel zitten.

“Ik ben er niet aan gewend.” Blijf glimlachen, houd je kaak lekker los. “Het is niet gebruikelijk voor mij dat iemand mijn dochter kust die ze niet kent.”

Zo hield ik mij aan de vocabulaire die mijn man en ik samen hadden besproken. Ongebruikelijk in plaats van raarNiet gewend in plaats van niet normaal. Goed bedoeld, zeker, maar net voorbij de grens.

Naderhand ging ik niet naar huis, zoals ik dat van plan was, maar rechtsstreeks naar de Albert Heijn, naar mijn man en peutertje. Ik vond ze bij de pannenkoekenmix.

“Ha grietje!”

“Mamaaaaa!”

“En hoe ging het?”

“Goed.”

“Ja?”

“Ze pakte een stoel en zette hem gelijk neer in de kring. De juf vindt haar fantastisch. Het ging dus goed!”

Hij straalde van trots.

“En met hem?”

“Met hem ging het ook goed.”

Ik word óók groot.

© 2012 Anastasia Hacopian

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s